Schutterij

Jubileumkoning Harold Peeters

Schutterslokaal D’r Lindeboum

Het bijzonder geslaagde OLS 1979 leverde een mooi batig saldo op voor onze vereniging.
Reeds van tevoren was nagedacht over een bestendige investering om zo voor de toekomst te kunnen profiteren van de baten van dit werk.

Van de familie Crijns-Petit werd toestemming verkregen om op haar terrein als verenging vaste voet te krijgen.

Het resultaat met verder overleg met de familie en medewerking van de gemeentelijke autoriteiten was,
dat St. Sebastianus via een contract een schietterrein en verenigingonderkomen kon realiseren op het gebied van de hoeve Cortenbach.

Dankzij de inzet van vele, doch vooral van Piet Lindeman z.g. en Hub Boumans werd ons verenigingslokaal gerealiseerd.

Voorgenoemd pioniers zijn vereeuwigd in de naam van ons gebouw “D’r Lindeboum”.

Een stukje historie

Algemeen word aanvaard, dat de oorsprong van de schuttersgilden in de steden rond de 13e eeuw gezocht moet worden. Het waren gewapende burgers,
die in vredestijd zorgden voor de bescherming van de stad en in oorlogstijd de vorst bijstonden. Het schuttersgilde was in de middeleeuwen dus een uit vrijwilligers bestaand gemeenteleger.

In de 16eeeuw werden de huurtroepen steeds omvangrijker en maakten ze het belangrijkste bestanddeel van het leger uit.
Het vertrouwen van de overheid in de locale strijdkrachten ging hoe langer hoe meer verloren.
De steden waren niet meer in staat hun wallen behoorlijk te verdedigen. Dit betekende  het einde van de schuttersgilden in de grote steden.
In Zuid Limburg is de toestand in de 16e en de 17e eeuw zeer ernstig. Gedurende de tachtigjarige oorlog (1568 – 1648) vormde deze landstreek immers het slagveld van Europa,
met alle ellende daaraan verbonden voor de bevolking. Vele schutterijen zijn hier in die tijd ter ziele gegaan of hebben toen nauwelijks enige activiteit kunnen ontplooien.

De herleving of (her)oprichting in de 17e en 18e eeuw ging gepaard met een taakaanpassing, waarbij als belangrijkste doeleinden werden nagestreefd:
dat bevordering van het folkloristisch karakter, het saamhorigheidsgevoel en de bescherming van kerk en godsdienst.

Aan de nieuwe bloeitijd van de schutterijen kwam plotseling een einde toen de franse troepen ons land overvielen (rond 1795).
De schutterijen werden afgeschaft en men kreeg geen inkomsten meer. De schutterij St. Sebastianus leidde ook daarna nog van 1818 tot 1853 een ongemerkt rustig bestaan.

In 1840 verdween voorgoed het laatste restje van de vroegere schuttersgilden in de steden. In Maastricht werd haar “D.D. Schutterij Maastricht”, die bestond uit zes compagnieën opgeheven.
In de dorpen en op het platteland verliep het anders. Daar hield men wel vast aan het militair uniform en het geweer en ging men ook exerceren.
Maar daarnaast werd tevens getracht de oude tradities uit de 17e en de 18e eeuw te doen herleven. Deze  uitmonstering en tradities werden tot in de 21e eeuw gehandhaafd.

Het gevolg van een en ander is, dat we heden ten dage het merendeel van onze schutterijen terugvinden in de kleinere kernen en dorpen; geen of weinig meer in de grote steden.

Voerendaal
Hoe is het onze schutterij al die tijd vergaan?

Omdat in 1880 bij de toenmalige secretaris van de vereniging door brand veel waardevolle stukken verloren gingen,
kan over de oudste geschiedenis van dit schuttersgilde weinig met zekerheid vastgesteld worden.
Het vroegste jaartal 1544 is vermeld op de vogel van het koningszilver.

In het archief van het Thermenmuseum van Heerlen is een stuk over de schutterij achterhaald.
Het betreft een inschrijving in de gerechtsrol van de hoofdschepenbank Heerlen d.d. 1 juni 1676,
afkomstig uit de Gemeentelijke Archiefdienst Heerlen, archief  Schepenbank  Heerlen.

Vrij vertaald luidt de inhoud van dit document:

De heer luitenant van het land van Valkenburg, is ambtshalve eiser tegen de kapitein en schutters van Voerendaal.
Hij toont zijn klacht en eis aan de Heerlense schepenrechters en verzoekt toewijzing van zijn eis.
Voor het geval dat de tegenpartij niet verschijnt verzoekt hij een eerste verstekveroordeling in de reeds gemaakte proceskosten.
Dit alles rekening houdend met het verslag van de gerechtsbode over de door hem uitgebrachte dagvaarding.

Uit de laatste zin blijkt het besluit van de schepenen: zij stemmen toe in een veroordeling tot het eerste verstek en een herhaalde dagvaarding.

Het is niet duidelijk waarom de schutterij voor het Heerlense schepengerecht is gedaagd.
De zaak komt in het vervolg op de rol nergens meer ter sprake, zodat we mogen aannemen dat de Luitenant voogd en de Voerendaalse schutterij de zaak in der minne hebben geschikt.

Het positieve van deze inschrijving in de Heerlense gerechtsrol is, dat dit het vroegste officiële document is waarin de schutterij vermeld staat.
Hiermee is aangetoond dat de schutterij in ieder geval rond het jaar 1676 bestond.

Vitaliteit
Uit het grote aantal koningsplaten blijkt dat de vereniging door de laatste eeuwen zeer vitaal en actief is geweest.
Thans heeft de schutterij ruim 100 koningsplaten en 4 keizersplaten. Wat het koningszilver betreft kan worden opgemerkt dat de oudste koningsplaat dateert uit 1715.

De afbeeldingen op de koningsplaten getuigen, dat de schutterij door de eeuwen heen een zaak van iedereen in de gemeenschap is geweest.
Naast deftige koningsplaten met adellijke wapens van de plaatselijke kasteelheren en van hun jagers en rentmeesters,
treffen wij koningsplaten aan van burgers waarop attributen als een zaag, man met rund e.d. zijn afgebeeld.

Successen
De Koninklijke is niet alleen vitaal en actief geweest, maar ook en vooral succesvol getuige de vele vergaarde trofeeën in de loop de tijden.
Gezien de indrukwekkende wijze waarop de schutterij de schutterij acte de presence gaf op de luisterrijke feestspelen ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van wijlen koningin Wilhelmina en de inhuldiging van koningin Juliana in 1948, daarbij gevoeglijk in aanmerking genomen de vele prestaties uit het verleden, ontving St. Sebastianus in 1951 als eerste schutterij in het land het predicaat “Koninklijk”.

Op 2 februari 2002 was dan ook de Voerendaalse schutterij op uitnodiging aanwezig om present te zijn bij het huwelijk van prinses Maxima en Prins Willem Alexander.

Tradities
De schutterijen legden zich zoals gezegd op het platteland meer toe op de bevordering van de oude tradities, waarvan er een aantal helaas weer verloren zijn gegaan.
Enkele van de vele tradities welk nog steeds in gebruik zijn bij de Koninklijke Schutterij St. Sebastianus mogen niet onvermeld blijven.

De processie wordt steevast geopend door de schutterij, waarbij de bielemannen voorop lopen om eventuele obstakels vakkundig uit de weg te ruimen.
Het allerheiligste wordt tijdens de hele processieroute bewaakt door een peloton geweerdragers.
Al is het dan zo dat de schutterij tegenwoordig niet meer de specifieke taak van het beschutten heeft die ze vroeger had, een deel van de oude tradities wordt hiermede elk geval in stand gehouden.

Andere gebruiken spelen zich af rondom het koningsvogelschieten. Hierbij word gestreden om de hoogste eer binnen de schutterij, namelijk het koningschap.
De nieuwe koning krijgt na het verrichten van zijn prestatie een koningsden aangeboden.
Nadat de nieuwe koning bekend is, wordt de koningsden in een feestelijke stoet meegevoerd en geplant bij de woning van de zetelende koning.
De den wordt voor de woning van de schutterskoning geplant, waar hij als een erezuil blijft staan zolang zijn koningschap duurt.

Oud Limburgs Schuttersfeest (OLS)
Op het OLS 1978 te Schaesberg overtroeven de schutters van Voerendaal na zware strijd en hoge spanning, alle andere schutters.
De Koninklijke schutterij St. Sebastianus uit Voerendaal had het OLS gewonnen!. Een overwinning bevochten in wel bijzonder slechte weersomstandigheden.
Want wat regende het in Schaesberg en wat een standvastigheid bij de Voerendaalse schutters, toen na een week “op herhaling” gegaan moest worden.
In 1979 was het zover. St. Sebastianus uit Voerendaal mocht het OLS organiseren.

Met het OLS heeft St. Sebastianus dan ook eindelijk de “laatste” prijs in de indrukwekkende prijzenkast, die een schutterij zich mag wensen.

9 juli 1994 zal voor de oranje fans vooral bijblijven als de dag waarop het Nederlands elftal werd uitgeschakeld door Brazilië tijdens het WK voetbal in de Verenigde Staten.
Voor de inwoners van Voerendaal en voor de schutters van Koninklijke schutterij St. Sebastianus in het bijzonder,
zal de 9e juli 1994 voortleven als de dag waarop hun schutterij het Oud Limburgs Schuttersfeest in het Belgische Stokkem won.
Een mijlpaal in de geschiedenis en voor elke schutter die dat persoonlijk mag meemaken een onvergetelijke gebeurtenis.

Voor onze schutterij was deze overwinning tevens de kroon op haar 450 jarige jubileum dat in 1994 werd gevierd.

Op 2 juli 1995 mocht de schutterij zich opnieuw bewijzen om de organisatie van dit grootse en meest prestigieuze schuttersfeest vlekkeloos te laten verlopen.

Ook iets voor jou?

Schutterij St. Sebastianus te Voerendaal staat altijd open voor het verwelkomen van nieuwe leden. We juichen het zelfs toe! Interesse om lid te worden van onze vereniging? Neem eens vrijblijvend contact met ons op en we bespreken de mogelijkheden.

NEEM CONTACT OP

Optochtvolgorde

Meerdere keren per jaar trekt de schutterij er op uit naar diverse schuttersfeesten of andere speciale gelegenheden. Voorafgaand aan de ‘verlichtingen’, vindt er een heuse optocht plaatst door het organiserende dorp. Per schutterij is er een volgorde van presentatie. Benieuwd waar Schutterij st. Sebastianus aanwezig is? Bekijk onze agenda.

Bordjesdrager

Tijdens de optocht in het dorp van de organiserende schutterij worden de schutterijen voorgesteld aan het aanwezige publiek. Elke schutterij dient volgens de reglementen vooraf te worden gegaan door de bordjesdrager. Een taak die hoog in het vaandel staat bij menig dochter of zoon van een van de schutters. De kinderen vinden dit vooruitlopen prachtig, temeer omdat de schutters na afloop collecteren voor de moeite. Juryleden controleren de bordjesdrager of ze niet te ver voorop lopen en of ze een beetje in de pas lopen.

Bielemannen

Achter de bordjesdrager lopen de Bielemannen. Lange baarden, stoere blikken en brede schouders waarom een gevaarlijke bijl rust. Taak van deze bielemannen is het verwijderen van wegversperringen zodat de schutterij ongehinderd zijn weg kan vervolgen. Een bijl kan dan natuurlijk goed van pas komen. In het grijs verleden liepen deze bielemannen voor de processie uit om opgeworpen obstakels op te ruimen die waren neergelegd door onverlatenen? die de processie wilden verstoren. Menig protestant kreeg hier de schuld van.

Tamboer Maître

U hebt hem vast wel eens gezien, de tamboer maître; de man die al marcherend voor zijn korps de maîtrestaf hoog in de lucht werpt om hem een paar passen verder weer keurig op te vangen. Applaus klatert op, maar hij schrijdt onbewogen verder, nog rechter op dan voorheen. Het publiek houdt de blik op hem gericht en vraagt zich in spanning af wanneer hij het nog eens zal doen. Voor toeschouwers is de tamboer maître veelal de populaire figuur. Door zijn houding, zijn acrobatische vaardigheid met de stok, zijn gedurfde ‘opgooien’ en soms zijn indrukwekkende uniform, trekt hij de meeste aandacht en sympathie. Er zijn inderdaad ware meesters onder de maîtres, die op onnavolgbare wijze zichzelf en daarmee hun korps presenteren.  Hij bepaalt welk muziekstuk er gespeeld wordt. Met zijn stok geeft hij het tempo aan en de richting waarin het korps zich moet verplaatsen.

Muziekkorps

De schutterijen huurden in de 16e en 17e eeuw bij gelegenheid van processies en andere officiële bijeenkomsten een of enkele tamboeren in om het gezelschap ritmisch te begeleiden. Daarin veranderde in de 18e en 19e eeuw weinig.

De drumbands die de huidige schutterijen met hoorngeschal en welluidende klanken voorgaan, zijn in feite pas na de tweede wereldoorlog in opmars gekomen. Afgezien van het feit dat muziek bij marcheren hoort. Hoewel hiernaar nog slechts weinig wetenschappelijk onderzoek is verricht, mogen we ervan uitgaan dat de opkomst van muziekgezelschappen aan het einde van de 19e, begin 20e eeuw mede een rol heeft gespeeld. En nadat de Amerikanen tijden de Tweede Wereldoorlog hadden getoond welk muzikaal spektakel brassbands voortbrengen, was menige schutterij in de jaren ’50 verkocht

Marketentsters

Tot begin jaren zeventig waren er geen vrouwen lid van de schutterij. De behoefte was er wel wat zich uiteindelijk vormde in de marketentsters. Marketentsters is afgeleid van “markentare”, het verkopen en verhandelen. De huursoldaten in de 16e en 17e eeuw moesten zelf voor hun eten zorgen. Hun vrouwen wilden bij hun zijn en zij trokken, vaak met kind, achter het leger aan en zorgden dat hun echtgenoot voldoende te eten kreeg. De vrouwen maakten van de nood een deugd, en boden ook anderen voedsel en drank als koopwaar aan. De marketentsters dragen dan ook een mand met daarin kaas, vlees en stokbrood. In het vaatje zit sterke drank.

Vaandel

De achtergrond van de symboliek gaat honderden jaren terug naar de tijd dat een vaandel nog een duidelijke functie had op het slagveld. Het fungeerde in de vaak chaotische strijd als een herkenningspunt voor de soldaat. Aan kleuren en symbolen op de grote lap stof kon hij zien waar zijn onderdeel, zijn regiment en dus ook zijn commandant, zich bevond. Viel het vaandel in de handen van de vijand dan was hij zijn baken kwijt en dat betekende een enorme klap voor het moreel. Daarom werd het vaandel altijd bewaakt door een speciale vaandelwacht die het altijd omringde en tot het uiterste verdedigde. Op dat vaandel is de naam van de schutterij, de (vermoedelijke) datum van oprichting en een afbeelding van de beschermheilige geborduurd.

Koning met Koningin

Ze zijn niet te missen in een optocht de koning en zijn koningin. De koning draagt het koningszilver. Dit is een prachtig palet zilveren koningsplaten die borst en rug bekleed. Het middelpunt van al dit pracht is een zilveren koningsvogel. Aan zijn snavel hangt de koningsplaat van de  huidige koning, aan zijn staart hangt de koning van het jaar ervoor. Rechts naast de koning loopt zijn koningin gekleed in een prachtige jurk met in haar rechter hand een bloemstuk. Elk lid kan koning worden. Naar eeuwenoud gebruik wordt er elk jaar door de leden van de vereniging, volgens reglement op de vogel geschoten. De vogel bestaat uit een blok hout in de vorm van een vogel die bovenop de schietpaal word geplaatst. De leden schieten in volgorde van loting om de beurt net zolang op de vogel tot het laatste stuk overblijft. Hij die dit laatste stukje naar beneden schiet mag zich voor het komende jaar koning noemen. Is het de derde keer dat hij het voor elkaar krijgt, wel achterelkaar, dan word hij tot het einde der dagen keizer. Lukt het niet achter elkaar dan kan hij ook keizer worden als hij tijdens zijn schuttersloopbaan de vogel vijf keer naar beneden schiet.

Nadat de nieuwe koning bekend is, wordt de koningsden in een feestelijke stoet meegevoerd en geplant bij de woning van de zetelende koning. De den wordt voor de woning van de schutterskoning geplant, waar hij als een erezuil blijft staan zolang zijn koningschap duurt.

Generaal

Een generaal is een verdiende titel die wordt gekozen. Klinkt tegenstrijdig maar je moet het een en ander voor de vereniging betekent hebben en de leden bepalen dus of iemand dit ook mag zijn.

Officieren

Achter de koning marcheren de officieren. Zij bekleden in tegenstelling tot hun voorvaderen weliswaar niet meer automatisch een functie in het bestuur van de schutterij, maar zijn toch min of meer de ‘meest aanzienlijken’ van het gezelschap. Hun rang kregen zij als dank voor jarenlang inzet voor de vereniging. Dus mogen zij zich tooien met een fraaie pluim op de hoed, gouden epauletten op de schouders en een oranje sjerp om de heup.

Geweerdragers

Achter de officieren marcheren de geweerdragers. In rotten van vier met het geweer op de rug, witte handschoenen en de linker hand opzwaaiend tot koppel hoogte. Gewapend is in feite elk lid dat “achter” het vaandel loopt.

Commandant

Hij heeft de leiding bij optochten en exercitie. Als commandant van de schutterij  moet hij ervoor zorg dragen, dat iedereen, van bordjesdrager tot laatste geweerdrager, in gelid loopt en op de juiste tijd doet wat hij moet doen. De Commandant loopt naast de colonne en bekleedt de rang kapitein.